- Inleiding
- Kosmologieën
- Wetenschap
- Helende kracht van leem
- Leem
- Kwaliteitsproeven
- Stro
- Water
- Leembouwmetoden
- Kwaliteiten van leem
- Aardepigmenten
- Bibliografie

Leembouw Dokumentatie

AANTEKENINGEN UIT DE LEEMBOUW LITERATUUR 
pagina 3.
 
Voor verder informatie zie bibliografie.

Stro:
Lichte stroleem, klaar voor gebruik.

Voor de lichtleembouw wordt vooral stro als toeslag gebruikt, hoewel ook andere matrialen er voor in aanmerking komen. Het stro als bijprodukt van de landbouw is echter goedkoop en eenvoudig te verkrijgen. Het is gemakkelijk te transporteren in balen en ook op te slaan. De strobalen hebben ook reeds de goede stro lengte en hoeft voor de meeste bouwdelen noch gesneden of gehakt te worden. Door het instampen verpletteren de halmen tot een vormstabiele massa, die ook weer snel te ontkisten zijn. Ervaring geeft aan, dat voor gestampte wanden stabiele rogge- of wit stro de voorkeur heeft, omdat bij slapper stro met vlakgedrukte halmen eerder zetvoegen ontstaan. Daarentegen is voor vloer uitvullingen en voor steen en platen vervaardiging ook het slappere gerste- of haverstro geschikt. Men moet erop letten, dat de strobalen zonder onkruid zijn en dat het stro niet te veel geplet is. In het algemeen is de stro kwaliteit van ronde balen het best.

De aanwezigheid van schimmels in het stro is een niet al te groot probleem, omdat die alleen gedijen in een vochtige omgeving en niet meer in een gedroogde wand met gelijkgewicht vochtigheid van 2 tot 5 %. In elk geval moet men stro in het voorjaar verkrijgen en tot het gebruik droog houden.

 
Water:

PLASTICITEIT

Plasticiteit bezit een materiaal, dat zich in een andere vorm laat veranderen, zonder zijn samenhang te verliezen. De fijnste deeltjes van de klei zijn als plaatjes gevormd. In droge toestand liggen ze ofwel los tegen elkaar aan, de klei is dan poederig, of ze zijn in een kristalpatroon in elkaar geplakt, zodat de klei een vaste massa vormt. Droge klei trekt water aan. De waterdeeltjes worden daarbij tussen de kleideeltjes ingevoegd. Ze vormen tussen de plaatjes een film, die zo elkaar vasthouden en langs elkaar glijden kunnen als twee natte glasschijven. De oppervlakte spanning van het water houdt ze vast. Is er te weinig water, dan kunnen ze zich niet langs elkaar bewegen, is er te veel, dan zwemmen ze uit elkaar. Zo is er een optimale verhouding klei water, die voor elke klei anders is.

Klei kan moe worden, dwz. zijn plasticiteit verliezen: Men kan een stukje klei lange tijd tussen de vingers kneden tot het steeds korreliger wordt en tenslotte uit elkaar valt. Door teveel beweging verliest klei zijn plastiese samenhang. Hiervoor zijn twee reden: Ten eerste wordt door de warmte van de hand de klei droog; ten tweede wordt door de beweging de spanning, die tussen de plaatjes bestaat, verbroken. 

Wordt de klei  of leem te droog dan kan men er vochtige doeken over leggen. Of men laat het geheel uitdrogen en slaat het dan aan brokken, die men weer in water inweekt. In beide gevallen heeft men geduld nodig. Men kan een kleigroeve aanleggen. Buiten in een gat in de aarde, of binnen in een kist van metaal. Men overgiet de kleibrokken met water en laat dit enige dagen intrekken. 

Voor het testen van de plasticiteit maakt men een worst van zo'n 10 cm lang en maakt daar een ring van. Scheurt de ring daarbij, dan is de klei 'kort', dwz. grofkorrelig of met veel zand. Blijft de ring heel, dan is de klei 'lang' en zeer plasties. 

Daarnaast vind men klei, die week en plasties en kleverig is, met minder gewicht door het vele organiese materiaal. Bij het drogen krimpt deze aanzienlijk. Blijft deze echter goed, dan is er bij het bakken geen problemen meer te verwachten, omdat de organiese stof verbrand en spanningen worden opgevangen. Om deze kwaliteiten te krijgen, kan men ook houtzaagsel toevoegen aan de klei. Hoewel deze opmerking voor de pottenbakker is bedoeld, bestaat er ook in de leembouw een ontwikkeling van lichtleem met houtsnippers of zaagsel.

 

Leembouw metoden:
Leem, dat alleen door luchtdroging verhard en niet door chemiese binding zoals kalk en cement, heeft als eigenschap, dat het weer plasties wordt wanneer het met water in aanraking komt. Daardoor is het ook kwetsbaar, wanneer het met water in aanraking komt. Daarom bestaat de leembouw techniek voor een groot deel uit maatregelen om verstoringen door regen en vocht te voorkomen.

METHODEN:
- Reparatie zoals in Afrika gebeurt waar buitenhuid van leem wordt gemaakt
- Bescherming door waterwerende pleisterlaag of verf, lijnolie afwerking
- Stabilisering door toevoeging
- Afwerking met waterkerende laag

MASSIEVE BOUW:
- massieve leem met dichtheid van 1700 tot 2200 kg/m3
Belangrijkste technieken zijn:
- Leemsteen- of leemblokken-bouw
- Leemstamp-bouw

HOUTSKELETBOUW
- met leemstenen of 
- stroleem met drooggewicht 1200 tot 1700 kg/m3

Verschillende metoden:
- Vitswerk Volgesmeerde gevlochten matten van wilgen takken, eerst van binnen, dan van buiten.
- Vlechtwerk met stroleem rollen, hierdoor meer stro toevoeging en dus beter isolerend
- Wikkelstaken opgebouwd in groeven van stijlen, van te voren omwikkeld, of
- Staken met stroleem rollen, na plaatsing staken omwikkeld.

LICHTLEEMBOUW
Licht-leem-bouw is een nieuwe techniek, die vanwege de zeer goede warmte isolering bijzonder goed geschikt is voor ons klimaat. Onder lichtleem wordt verstaan een stroleem menging van minder dan 1200 kg/m3 tot 300 kg/m3, met midden gwicht van 600 tot 800 kg/m3.
Anders dan met massieve en stroleem metoden wordt het leem in vloeibare toestand met het stro gemengd. Het instampen van de vloeibare massa verreist minder tijd en werk voor het vervaardigen van muren als het opmetselen van van te voren gemaakte leemstenen, maar is seizoen gebonden voor het drogings proces te beginnen vroeg zomer om in de herfst te kunnen pleisteren. Droge stenen en platen kunnen daarentegen altijd verwerkt worden, zodat een kombinatie gunstig zou zijn, een platen bouwwijze, om onafhankelijk te zijn van het jaargetijde. 

Lichtleem is een eigentijds bouwmatriaal op grond van bouwtechniese en bouwfysiese eigenschappen en ook in vergelijking tot andere moderne bouwmatrialen:
 - Met lichtleem kunnen alle bouwdelen boven de sokkel worden uitgevoerd, dus binnen en buitenwanden, vloeren en dak isolering.
- De monolite, eenvoudige bouwdelen kunnen direkt worden gepleisterd of bekleed en het matriaal vormt een goede ondergrond voor het pleisteren.
- De zich aanpassende vulling is zonder voegen en uit een stuk; er is geen verlies en geen afval.
- Lichtleem is tegelijk warmteisolerend, warmteopnemend en geluidwerend en is voldoende brandwerend. De eigenschappen laten zich met de plaatselijke samenstelling van de bouwstof door de stro-leem-verhouding in de gewenste richting beinvloeden.
- Warmte isolerende lichtleem (400 - 800 kg/m3) maakt het mogelijk bij geringe wandsterkte een behagelijk ruimte klimaat met hoge ruimte temperaturen. Hoge oppervlakte temperaturen laten een verlaagde ruimte temperatuur toe wat stook kosten bespaard. De relatief zware massa en goede isolering garanderen een goede overgang van de buitentemperatuur en een gelijkmatige binnentemperatuur.
- Goede warmte opslag en geluidswering - voor binnen bouwdelen gewenst - kan door een groter leem aandeel worden bereikt.
- De brandwerendheid wordt bereikt, doordat de op zich brandbare matrialen door het niet brandbare leem worden omhuld. Gepleisterde lichtleem heeft vuur remmende eigenschappen.
- Lichtleem is vochtopnemend en -afgevend. Door goede diffusie-mogelijkheid en geringe gelijkgewicht-vochtigheid (Diffusionsfahigkeit/ Gleichgewichtsfeuchte) zijn de wanden bijna steed droog en bewaren hun warmteisolerend vermogen.
- Leem en stro zijn algemeen voorhanden - niet giftig, ook bij aanraking en zonder bijwerkingen.
- Matriaal kosten zijn gering. In vergelijking met massieve leembouwwijzen is minder dan de helft van de leem nodig, zodat ook het transport naar de bouwplaats een geringer probleem is.
- Het verwerken is gemakkelijk te leren en leent zich daarom voor zelfbouw. Slecht weinige eenvoudige werktuigen zijn benodigd. In tegenstelling tot dragende leembouw metoden zijn de zelfhulp werkzaamheden bij een klaar houtskelet beperkt en niet van invloed op de stabiliteit van het gebouw.
- Met het gebruik van bouwmachinen kan de tijdsduur worden beperkt, zodat met de gangbare lonen de bouwwijze concurerend kan zijn.

Aanmaak van  de lichte stroleem. Achteraan wordt de leem uit een put geschept om verdunt te worden in een ton. Die leempap wordt over het uitgelegde stro gegoten.
 

 

 

 


Terug naar Index

Terug naar begin Pagina Vorige Pagina 2. Volgende Pagina 4.