Praktijkles in KleiTechnologie

Praktijkles op de Jena-plan school "de Regenboog" in Noordwijkerhout met Groep 6,7 en 8.
Organisatie: Stichting Kali Mata Ki Jai! Nederland
Data: 6, 13, 16 mei 2003.

Wilgenvlechtwerk met leempleister

Begeleiding:
Leerkrachten:  Diny van der Graft
                        Wouter Bosch
Assistenten:     Marissa Perez (Colombia)
                        Halyna Koyska (Oekra
ïne)
Inleider:          Trui Goslinga-Lindeboom
Architect:        Enno Wiersma 

De inleiding bestond uit een diaserie over huizenbouw van leem in Tanzania. Sommige kinderen lieten zich duidelijk door deze vormentaal inspireren, anderen volgden hun fantasie om hun project vorm te geven.

De velerlei ronde vormen lijken terug te gaan op Afrikaanse huizen, maar behoorden overigens niet tot de voorbeelden die werden getoond uit Tanzania.
De ruwbouw bestaat veelal uit grijze klei en wilgetakjes met afwerking van oker-kleurige en witte leempleister.

 
Het hierboven getoonde project met waterput is welhaast een proto type voor een Tanzaniaans huis. Alleen de dakhelling van  het schilddak is gunstiger gekozen. Tijdens de inleiding bleek duidelijk dat een te flauwe dakhelling tot inwateren kan leiden. Dat heeft tot de voorkeur geleid van golfplaten daken met als gevolg grote hitte binnenshuis.
Sommige deelnemers lieten zich inspireren door decoraties op de huizen, zoals het project hierboven, dat met dierfiguren werd versierd. Een olifant werd met oker-leem op de wit-lemen pleisterlaag aangebracht.
De kinderen beïnvloeden elkaar onderling in het vinden van oplossingen, zoals we rechts een meidenhoekje zien, dat wilgentakjes fundeert in een strook klei, die op de ondergrond is geplakt.
Sommige bouwers lijken ongestoord door wat anderen doen, zoals de aannemerszoon boven minitieus zijn moderne villa vormgeeft.

De deelneemster links werkt uiterst geconcentreerd aan een zeer gedifferentieerde indeling van de binnenruimten en voorportaal in de voorgevel.

Het geleverde materiaal voor de opgave bestond uit blokken grijze klei en okerkleurige en witte leem. De kinderen namen zelf andere materialen mee zoals wilgentakjes, satéprikkers, steentjes, schelpjes, hooi en stro.
De opbouw van de muren bestond over het algemeen uit een houtskelet of vlechtwerk van wilgentakjes of pitriet met klei bekleed. Zo ontstonden toch wel grote modelwoningen met naar verhouding dunne wanden. Ook de dakvloeren bestonden veelal uit houtjes met klei of stro opgevuld. Ook aan aanvullende voorzieningen werd gedacht als het voorzien in een waterput (zie rechtsboven) compleet met steun voor de katrol.
Voor de afwerking van de muren werd vooral leem gebruikt waaraan zelfs nog aanvullende kleurstoffen werden toegevoegd, zoals het huis rechts met rode muren laat zien. Veel aandacht is hier ook besteed aan de geleding van het muurvlak met een plint en daktrim in lagen van verschillende materialen.
Heel bijzonder qua vormgeving is het hierboven getoonde project met een tongewelf dat overgaat in een luifel. In de ruwbouwfase zien we hoe het dakgewelf over een nokbalk wordt gebogen. Het doet denken aan een zgn. Nubies gewelf, dat vooral prakties is in gebieden waar gebrek aan hout is en met leemstenen zonder bekisting gemetseld wordt. Ook een schoorsteen ontbreekt niet. Opvallend in de topgevel is de combinatie van blauwe decoraties en gevelopeningen.
Eenvoudig wat betreft het bouwvolume, een rechthoek met plat dak, toont het project hierboven een effectieve toevoeging van blauwe golvende lijnen.
Het project rechtsboven heeft een gedetailleerde ingangsluifel naast het raam van de voorgevel. Het tafereel rechtsonder is bijna levensecht. Het voorerf heeft een waterput met steunbalk voor een emmer. De gevel is gevarieerd van opbouw. De plint is bezet met kleine steentjes. De bovenzijde van de muur is onder het rieten dak dicht gezet met vlechtwerk van pitriet. Dit detail is ontstaan door een tekort aan klei, maar toont de vindingrijkheid om materialen te combineren.

De veelheid aan technieken en de vaardigheid met materialen, die hier zijn getoond van deze praktijkles in kleitechnologie, laat zien hoe kinderen in korte tijd in staat zijn tot het herontdekken van een groot repertoir aan mogelijkheden tot het bouwen van huizen met materialen, die overvloedig in de natuur aanwezig zijn.