|
Enno
Wiersma, bouwkundig ingenieur en idealist, woont in hartje Amsterdam. Het
interieur van zijn woning doet bepaald niet alledaags aan. Alle wanden en
plafonds zijn afgewerkt met een dikke laag leemstuc, aarderood van kleur.
Samen met de blanke houten vloer en de houten meubels doet de woning warm
en exotisch aan. Hij wijst me gelijk op de maquette in zijn woonkamer: `Leembouw',
zegt hij enigszins ten overvloede. `Het is geweldig materiaal om mee to
werken. Leem zorgt voor een goed en aangenaam binnenmilieu. Ik voel me er
heel prettig in. Mocht ik ooit nog een eigen huis neerzetten, dan wordt
het zeker helemaal uit leem opgebouwd.' Bij zijn afstuderen in 1972 aan de
universiteit van Delft raakte Wiersma betrokken bij de ontwikkeling van de
ecologische stedebouw. Hij wilde bij de opzet van het plan Tanthof in
Delft de toekomstige bewoners meer in het proces betrekken. Voor Wiersma
is architectuur een communicatiemiddel. Een gebouw is in feite een archief
waarin gedurende een lange periode allerlei informatie wordt opgeslagen.
In de oudheid zijn daar al treffende voorbeelden van te vinden. In
Pakistan lag de stad Mohenjadaro. Kenmerkend voor die stad was de
sociocratische structuur van vrijheid en samenwerking. Voor de bevolking
was het er goed toeven. In de structuur is dat terug te vinden, zowel in
het stedebouwkundige plan als in de architectuur. Frappant was dat men
uitsluitend bouwde met leem. Leem was een soort bindmiddel om de gebouwen
en de structuur van de stad bijeen te houden.' De bouwkundig ingenieur
heeft veel en lang gereisd. Hij deed op een ongewone manier onderzoek naar
de kwaliteit van wonen; een aantal jaren woonde hij steeds gedurende een
maand in de rotsen van het Spaanse Ibiza. `Om voeling te houden met de
natuur en de natuur en het landschap te waarderen', noemt hij het. Op zijn
reizen keek hij steeds naar architectuur. Mexico, Mali en Japan gingen
voor hem het westen, zuiden en oosten vertegenwoordigen. Representatief
voor het noorden noemt de Amsterdammer Friesland. Wiersma: `Waar ik ook
kwam, steeds trof ik een cultuur aan die geworteld is in de historie, een
cultuur die al eeuwen lang heeft overleefd. Dat geeft een redelijke
garantie dat een cultuur het in de toekomst ook zal redden, mits ze niet
door onze moderne samenleving wordt overwoekerd. Dan verdwijnt het eigene
en de verbinding met de historie.'
Bewust wonen
De laatste jaren is Wiersma bezig met een proefschrift: de anatomic
van het wonen. Het ligt in de lijn van zijn buitenlandse beproevingen:
wonen we nog bewust of zijn we het verlengstuk geworden van een
commercieel consumptie-apparaat? Tellen menselijk geluk en welzijn
in de huizenbouw mee? Voor Wiersma is het antwoord duidelijk: Wat ik
zie is dat huizen, wijken en hele stadsdelen snel, eenvormig en zonder
daadwerkelijk naar de mening van de toekomstige bewoners te vragen, worden
gebouwd. De bouwers zelf zijn er ook niet bij betrokken, behalve door het
feit dat ze er hun brood mee verdienen. Gezondheid en geluk zijn de basis
voor overleven. Daarom moeten bouwplannen met een ecologische visie worden
gemaakt. Huizen situeer je dan op het zuiden, waardoor je een maximale
hoeveelheid warmte en licht binnen krijgt. Wijken ontwerp je op menselijke
schaal. Als de mensen er eenmaal wonen moeten ze er zich op hun gemak
voelen. En de kans krijgen in contact te kunnen komen met medebewoners.
Verder zouden er bij de bouw zoveel mogelijk natuurlijke materialen moeten
worden gebruikt. Zo bouw je een beter, gezonder huis met minder
milieubelasting', aldus Wiersma.
Hij heeft kritiek op de huidige architectuur. Te vaak probeert een
architect een gebouw te ontwerpen dat er mooi uitziet. Maar esthetische
kwaliteiten van een gebouw zijn het resultaat van het ontwerpproces. Ze
vormen geen doel op zich. Communicatie is erg belangrijk om tot een goed
en gezond ontwerp to komen. De moderne architectuur maakt te weinig
gebruik van overleg. Mensen voelen zich niet op hun gemak in hun woning en
woonomgeving. Neem de massale sloop van flats in Franse steden. Complete
wijken van slechts 25 jaar oud verdwijnen weer omdat mensen er niet meer
willen en kunnen wonen. Kijk ook naar de Bijlmer. Wat daar niet allemaal
al geprobeerd is om de wijk leefbaar te houden!'
Huitchole-indianen
Leem is Wiersma's ideaal. `Kijk naar de Dogon in Mali en de
Huitchole-indianen in Mexico. Hun architectuur is nog authentiek. Zij
bouwen hun huizen nog steeds van leem.
De voordelen van leem zijn legio. Hij somt ze op: `Winning kan vaak
vlakbij de bouwplaats gebeuren, er is dus weinig transport nodig. Leembouw
kost nauwelijks energie. In combinatie met houtskeletbouw werkt het prima.
Leem heeft eigenschappen die het leefklimaat in en om huis verbeteren. Het
ademt en neemt vocht op als het binnen te vochtig is.' Wiersma relativeert
zijn eigen enthousiasme: `Idealen zijn alleen iets waard als ze in de
praktijk toepasbaar zijn.' De ingenieur probeert dat met het ontwerp van
een landtempel in Loenen in Gelderland. Dit Sada Shiva Dham - huis van de
eeuwige godheid -wordt gebouwd van uitsluitend natuurlijke en vernieuwbare
grondstoffen. De medewerking van vrijwilligers bij de bouw is echter
noodzakelijk, want leem moet handmatig verwerkt worden en het budget is
beperkt.
In de toekomst ziet Wiersma kansen om zijn ideeën op grote schaal to
verwezenlijken. De door Pieter Huibers ontwikkelde rondhout-bouwmethode
kan in combinatie met leem als basis dienen. De snelle bouwtijd en de
relatief goedkope, natuurlijke materialen maken dat dit plan in de
praktijk haalbaar is. `Of het bouwen nu door een bedrijf gebeurt of door
de mensen zelf, feit is dat zo een omgeving ontstaat die bijdraagt aan
gezondheid en geluk van de mens'. lets mooiers kan de dokter in de
anatomie van het wonen zich toch niet wensen?
Wiersma staat alweer klaar voor een reis naar Berkeley in Californië. Hij
gaat een artsenpraktijk verbouwen. Later dit jaar doet hij voor De Kleine
Aarde een klus: een nieuwe bijenstal. Het material? Leem.
Een beperkt aantal mensen kan meebouwen aan de leem-bijenstal op het
terrein van De Kleine Aarde. Bel voor informatie tel. 04116-84921 |