Artikel in: NET AF nummer 1. - juni 1989
Pagina 2, 3 en 4:

Hoogebeintum
Tekst: G.J. Nauta
Fotografie: Niels Westra (1,2), Enno Wiersma (3,4)

1.) Op de achtergrond een bolwerk van herinneringen: de terp van Hoogebeintum. Door de terp in de oorspronkelijke staat te herstellen, zouden volgens Wiersma de herinneringen tastbaar gemaakt kunnen worden.

Herinneringen van het landschap

EEN DOCTOR VOOR DE ANATOMIE VAN HET WONEN?

Wad

“Het is me duidelijk geworden dat ik een schakel ben in een lange keten van mensen, die steeds weer beschrijven wat ze om zich heen zien en dit in verband weten te brengen met het voorgaande. Zo is een cultuur gegroeid, die uiterst genuanceerd is en steeds met kleine wijzigingen het gegeven opnieuw definieert.“

2.) Het Friese Wad: eeuwige indrukken.

BEKNOPT BIOGRAFISCH

Bouwkundig Ingenieur werd de nu 43-jarige Enno Wiersma in 1972, na het doctoraal examen aan de TH te Delft. Hij mocht hierbij een studieprijs in ontvangst nemen voor zijn afstudeerproject “tot onderwerp hebbende het ontwerp en de uitwerking van een woonbuurt in de Tanthof te Delft. Door gebruikmaking van inzichten, ontwikkeld bij de informatie-theorie, is een ontwerp ontstaan, waarin de kwaliteitsbepalende elementen op een meer dan gebruikelijke wijze toetsbaar en bespreekbaar zijn gemaakt. "

Tijdens zijn studietijd werkte Wiersma bij diverse  architektenbureaus, zoals bij Heinrich Reistätter in Wenen, bij prof. ir. Herman Hertzberger in Amsterdam en bij Takenaka Komuten in Tokio. Een 7 maanden durende periode van in dienst zijn bij het architektenbureau G. de Klerk te Amsterdam resulteerde onder andere in het kantoor naast het KLM­ gebouw in de Leidsestraat te Amsterdam. De opdracht voor een woonhuis in Rossum gaf Wiersma na deze periode de gelegenheid zelfstandig te werken. Tevens was hij in deze tijd wetenschappelijk medewerker aan de TH-Delft voor de afdeling  Stedebouw.

'STAR-ATTRACTION'

Na deze 2 jaar vertrok Wiersma naar New York, waar hij leefde van interieurwerk, maar zich voornamelijk bezighield met theater. Ook later was hij nog verschillende keren actief als zanger danser en acteur. Met behulp van vrienden, die op Broadway werkten, kon hij zich binnen een jaar tot decor-ontwerper ontwikkelen. "Enno Wiersma's set is perhaps the star-atttraction of the evening"; was een eervolle vermelding destijds voor de decors die Wiersma ontworpen had ten behoeve van voorstellingen in de Townhall en verscheen zijn naam in de "centerfold" van de Village Voice, de “hottest-news” voor kunstkritieken. Het volgende project was het ontwerpen van het Nederlands Centrum Oude Ambachten te Amsterdam, waarvoor hij aangetrokken was door architectenbureau G. de Klerk. De hier vermelde projecten staan beide in het boekwerk "Habitation Space '81 ", waarvoor Wiersma een International Award in ontvangst mocht nemen.

THE ANATOMY OF COHABITATION

Omstreeks 1982 is Wiersma begonnen aan een project onder de titel 'The anatomy of cohabitation'. Dit is een omvangrijk werk, waarmee theoretische studies uitgewerkt worden en waarop hij te zijner tijd hoopt te promoveren. Voorlopig bestaat zijn werk erin voornamelijk uit het verzamelen van materiaal en schuift hij de meeste uitwerking ervan voor zich uit. Met behulp van het materiaal bereidt hij lezingen voor en wil hij ook in het buitenland gaan doceren, vandaar dat alles - ook voor publicaties - in het Engels verschijnt. Met 'The anatomy of cohabitation' zou Wiersma, in samenhang met het verkrijgen van de doctorstitel, willen aantonen dat zo'n soort doctor nodig is als aanvulling op doktoren in de medicijnen, die de mens behandelen vanuit zijn ziektebeeld. Hiermee wil hij aangeven hoe een mens gezond kan leven en wordt het proces geanalyseerd in al zijn facetten en samenhangen. Het werk raakt in feite alle aspecten van het mens-zijn, maar bekeken vanuit het woonproces. Dit wordt uitgewerkt in 9 delen, waaronder bijvoorbeeld 'Communicatie', 'Architectuur' en 'Het actuele wonen'. In het deel 'Het actuele wonen' worden een paar culturen uitvoerig belicht, zoals die van Japan, van de Dogon, Malie, Afrika en van Friesland, om aan te tonen hoe het geheel dan wel in elkaar zit bij een aantal specifieke volken. De Japanse cultuur is niet nieuw voor Wiersma, daar was hij al mee in contact gekomen tijdens zijn stage bij Takenaka Komuten en hij maakte er toen reeds een intensieve studie van. Zo bezocht hij in Japan onder andere het Katsura-paleis te Kyoto, waarvan de bouw in de 17e eeuw een aanvang nam en dat nu nog steeds in handen is van het keizerlijk huis. Later is deze studie van Japan nog zeer verdienstelijk gebleken toen Wiersma de opdracht kreeg voor het ontwerpen van een Japanse tuinkamer te Hoorn.

HERINNERINGEN VAN HET LANDSCHAP

Geprikkeld door nagelaten familiegegevens in de vorm van aantekeningen, richtte hij zijn aandacht op zijn voorouders en dientengevolge vooral op Friesland. Onder de naam 'Herinneringen van het landschap' verricht hij dit onderzoek. Gewapend met de voorouderlijke geslachten -die hij kon achterhalen tot gemiddeld 8 generaties terug - als structuur, dook hij de geschiedenis in en trachtte die te onderzoeken met hun ogen.
"Steeds verbaast het me, hoeveel materiaal en gegevens er nog aanwezig zijn, die mij uit het verleden worden aangereikt." 

Langs deze weg leert hij het landschap kennen, waarin zij leefden en ontstaat er een soort herbeleving van de jeugd, aangezien veel verhalen eerst nu echt begrepen en geplaatst kunnen worden.

"Ik heb ongeveer 100 boeken verzameld en honderden foto's gemaakt van oude foto's, tekeningen, historische objecten, huizen, dorpen, begraafplaatsen, kerken, steden en het landschap dat alles verbindt."

Hij realiseert zich een schakel te zijn in een lange keten van mensen, die telkens weer hun omgeving observeerden en deze, in verband met het voorgaande, beschreven.

"Op die manier is een cultuur gegroeid, die uiterst genuanceerd is en steeds met kleine wijzigingen het gegeven opnieuw definieert." 

Zo is, om met Wiersma te spreken, ook de vormgeving van alle gebruiksvoorwerpen en architectuur binnen een traditioneel gebeuren steeds verder verfijnd, totdat in de moderne tijd de techniek en industrie een veelheid van vormen deden ontstaan, die deze uitgebalanceerde patronen doorbrak. Dat was ook wat men wilde. Alles moest uniek zijn en vooral op internationale leest geschoeid. Dit impliceert dat de geschiedenis niet meer de verbinding zou zijn tussen de verschijningsvormen maar dat er een eigentijdse vormgeving ontstaat met een toch grote mate van gelijkheid. Veel van het eigene, van het plaatselijke dreigt hierdoor verloren te gaan. Gelukkig, stelt Wiersma, zijn bepaalde streken niet zo snel ontwikkeld en hebben als gevolg daarvan meer van zichzelf kunnen bewaren.

"Friesland is zo n streek. Men weet zich gebonden met de historie maar daardoor ook met de toekomst, omdat het een gevoel van tijdloosheid geeft. In Friesland leeft de geschiedenis werkelijk, zoals ook een taal leeft."

ARCHITECTUUR ALS TAAL

Een taal is namelijk een levend iets, dat aan veranderingen en groei onderhevig is, zoals alles wat men een taal zou kunnen noemen, bijvoorbeeld de beeldende kunst en de architectuur. Dit laatste vindt al zijn rechtvaardiging wanneer we de beeldende kunst als een vorm van communicatie, van een zich-uiten beschouwen.

Er zijn echter nog directere verbanden. Hiervoor keren we terug naar Japan, naar het begin van de 17e eeuw. In die tijd waren de leden van het keizerlijk huis ingewijden in dichtersgezelschappen.
"De invloed hiervan op de prins, die het ontwerp van het Katsura
-paleis op zich had genomen, is onmiskenbaar: het paleis en de tuin zijn een verbeelding geworden van archaïsche poëzie!"

UNIFORME WEZENS

Teruggekeerd naar de taal, stelt Wiersma, dat een taal in iedere plaats, in iedere streek anders is: men spreekt (van) dialecten. Het individuele taalgebruik noemt men spraak. De taal is het collectieve, waarvan het individu zich bedient met spraak. Er is dus een collectief patroon, waarbinnen het individuele zich realiseert. Terwijl de moderne tijd naar uniformiteit streeft, probeert het postmodernisme het dialect weer zijn rechtmatige plaats terug te geven, wat wel aangeduid wordt als de 'vernacular'. Deze strijd is volgens Wiersma een politieke: het modernisme van de geïndustrialiseerde maatschappij maakt van de mens geüniformeerde wezens en dicteert hun spraak. Het taalgebruik is niet langer een individuele aangelegenheid en taal niet meer een collectieve maar wordt door hogerhand vastgelegd en dreigt daarmee af te sterven. Een reactie blijft niet uit. Zo schrijft Jencks in zijn 'Post-modern architecture' dat de moderne architectuur heeft afgedaan - al in de vijftiger jaren, sinds men hele wijken met uniforme niewbouw begon op te blazen - omdat de gevolgen van dit soort architectuur te gevaarlijk werden, men denke in dit verband aan toenemende criminaliteit e.d.

 Het verhaal dreigt op dit punt te lang to worden, maar geeft heel duidelijk een deel van het gebied aan, waarop Wiersma zich beweegt in zijn 'Anatomy of cohabitation'. Het zal nog enige tijd duren voordat het werk verschijnt maar het lijkt zeer zeker de moeite waard dat moment af te wachten en Wiersma zelf aan het woord te laten ....

Naschrift:
De naam voor de 'Anatomy of cohabitation' is inmiddels veranderd in: Anatomy of Dwelling; ofwel in het Nederlands: de Anatomie van het Wonen.

Tijdens zijn reizen door de Verenigde Staten ontmoette Wiersma tijdens een bezoek aan de studio's te Hollywood de weduwe van de architect Schindler. Schindler werkte veel samen met Frank Lloyd Wright en in Los Angeles bezocht Wiersma alle gebouwen van beide architecten. Zo kwam hij ook bij het huis van mevrouw Schindler, dat zij en haar man altijd bewoond hadden. "Het was net alsof ik thuis kwam en het was pas na een gesprek van 6 uur, dat ik om middernacht opeens besefte waar ik was en dat ik maar eens moest vertrekken". 
Om foto's van het huis te kunnen maken, had Wiersma toestemming gekregen de volgende dag terug te komen. “Bij die gelegenheid heeft mevrouw Schindler mij opgedragen met de architectuur verder te gaan, om het werk van haar man en Frank Lloyd Wright voort te zetten ". 
Wiersma keerde naar Nederland terug om voor zijn ouders en een gepensioneerde arts en zijn vrouw, een woonhuis te bouwen in zijn geboorteplaats Haaften.

 

3.) De door Wiersma ontworpen ouderlijke woning.
Woonhuis Haaften

 

4.) Het Poepekrús aan de Harstewei in de Kooten, Achtkarspelen. Op deze plaats is ooit een Duitser vermoord, iets waar mijn grootvader van vertelde. De omwonenden geloven, dat het gaat spoken als het graf verwaarloosd wordt. Poepekrus

 


Back to index Next Topic